BRIEF PER MAIL
Aan minister Koolmees en de leden van De Tweede Kamer

Onderwerp          : Noodregeling Kinderopvang

Den Haag, 8 april 2020

Geachte minister Koolmees,

In een ultieme poging om uw ministerie, de belastingdienst, alle Nederlandse kinderopvangorganisaties en hun klanten, een heleboel ellende te besparen, stuur ik u, namens de leden van de BVOK en heel veel kinderopvangbedrijven die ons de afgelopen weken hebben benaderd, deze brief.

U bent met de brancheorganisaties BK en BMK een noodregeling overeengekomen, welke is vastgelegd in een intentieverklaring. De BrancheVereniging Ondernemers in de Kinderopvang, de BVOK, was hierin niet gekend. De BVOK is in 2018 opgericht voor en door ondernemers en telt inmiddels meer dan honderd leden.
Wij verwachten binnen 1 jaar de grootste brancheorganisatie in de Nederlandse kinderopvangsector te zijn. Commerciële kinderopvangbedrijven vertegenwoordigen de meerderheid van de Nederlandse kindplaatsen.

Het bezwaar tegen de regeling als verwoord in de intentieverklaring
Het gemiddeld uurtarief van Nederlandse kinderopvang bedrijven ligt ca. 5% boven het maximum uurtarief dat de overheid hanteert voor de kinderopvangtoeslagtabel (KOT). Dit is binnen uw ministerie bekend.

De huidige noodregeling impliceert dat een kinderopvangbedrijf het verschil tussen het maximum uurtarief en het factuurbedrag, uit eigen zak, aan haar klanten gaat vergoeden. De noodregeling wordt daarom als volgt gefinancierd: de rijksoverheid 95% en de kinderopvangbedrijven 5%.

De bezwaren tegen de regeling op een rijtje:

  1. 3.500 kinderopvangbedrijven die niet zijn toegerust op grootschalige uitbetalingen
    Voor het incasseren van de factuurbedragen sturen kinderopvangbedrijven in de regel 1 á 2 incasso-opdrachten per maand (welke door het planningssysteem worden gegenereerd) aan de bank. Nu wordt het tegenovergestelde van de kinderopvangbedrijven gevraagd. De regeling houdt in dat
    ca. 3.500 kinderopvangbedrijven (verschillende) bedragen dienen uit te betalen aan ca. 500.000 ouders/verzorgers. Bovendien hebben kinderopvangbedrijven geen inzage hoeveel KOT ouders reeds hebben ontvangen. Als in deze (massale) (terug)betaling aan ouders fouten gemaakt worden, of vertraging optreedt, dan bestaat het risico dat onrust ontstaat (social media). Ouders schorten dan alsnog de opvang en ook de betalingen op.
  2. Vertrouwen van ouders/verzorgers
    Indien de doelstelling is dat ouders/verzorgers doorbetalen, dan is het belangrijk dat deze ouders/verzorgers het vertrouwen behouden dat zij tijdig, op correcte wijze, volledig gecompenseerd worden. Dat vertrouwen is nu reeds tanende. Ouders/verzorgers bellen inmiddels met de vraag waar de vergoeding blijft.
  3. Kinderopvangbedrijven hebben geen geldscheppende bevoegdheid
    Het lijkt alsof de overheid 5% van de kosten van de noodregeling op de kinderopvangsector afwentelt. Dat is niet zo, deze kosten worden (indirect) op de klanten afgewenteld.
    Immers, kinderopvangbedrijven zullen deze kosten verdisconteren in de tariefstelling voor 2021. Daarop dient vervolgens de KOT te worden aangepast. De overheid bespaart per saldo weinig tot niets, de kosten worden uitsluitend naar achteren geschoven, tegen enorme operationele risico’s.

Op basis van bovenstaande stelt de BVOK dat er eigenlijk maar één eenvoudige, werkbare en risicoloze noodregeling is en deze laat zich in twee zinnen beschrijven:

  1. De belastingdienst vergoedt, vanaf het moment van de gedwongen sluiting (maandag 16 maart), aan de ouders/verzorgers, het verschil tussen het kinderopvangtoeslag en het factuurbedrag.
  2. De ouders/verzorgers betalen over deze periode op de gebruikelijke wijze de facturen van de kinderopvangorganisaties.

Bedenkt u hierbij dat de belastingdienst wél over de juiste infrastructuur beschikt. Immers, 500.000 ouders/verzorgers ontvangen maandelijks de kinderopvangtoeslag. Dan ligt het in de lijn dat de belastingdienst ook nu de aangewezen partij is om het volledige factuurbedrag aan ouders/verzorgers te vergoeden (in plaats van slechts een gedeelte daarvan).

Ik ga ervan uit dat uw ambtenaren, die de noodregeling thans uitwerken, inmiddels eveneens tot dit inzicht zijn gekomen.

Tot slot
Uit het jaarlijkse Sectorrapport Kinderopvang van het Waarborgfonds Kinderopvang bleek recentelijk dat de solvabiliteit in de Kinderopvangsector 30% lager ligt dan het gemiddelde van het Nederlandse MKB, waarbij 30% van de kinderopvangbedrijven kampt met liquiditeitstekort.

De Kinderopvangsector is nog altijd broos en kwetsbaar. De Kinderopvangsector heeft nog niet kunnen herstellen van de periode 2011-2014. Een periode waarin vraag en omzet met 30% daalden.

Dit is geen sector om (financiële) risico’s mee te nemen.

Derhalve, wij vragen u om de noodregeling te heroverwegen. Neemt u deze enorme administratieve exercitie weg bij de kinderopvangbedrijven (en daarmee ook het risico) en laat de belastingdienst 100% van het factuurbedrag aan ouders garanderen. Dat schept direct de rust die de sector nu zo hard nodig heeft.

Deze brief is tevens verzonden aan staatssecretaris Van Ark, de Leden van De Tweede Kamer, 3.500 kinderopvangorganisaties, en de media.

Met vriendelijke groet,
Namens de BVOK

Mylan de Groot
Voorzitter

Email: info@bvok.nl
Website: www.bvok.nl