BVOK luidt de noodklok – WAB beperkt inzetbaarheid noodzakelijke oproepkrachten

Den Haag, 18 december 2019

De BVOK (BrancheVereniging Ondernemers in de Kinderopvang) wordt overladen met berichten van bezorgde ondernemers over de inzet van oproepkrachten in de toekomst.

In de nieuwe arbeidswet (WAB) is een bepaling opgenomen die voor kinderopvangorganisaties niet werkbaar is. Oproepkrachten dienen minstens 4 dagen van te voren te worden opgeroepen. In de Kinderopvangsector is het echter niet (in alle gevallen) mogelijk om hieraan te voldoen. Personele bezetting in de kinderopvangsector wordt in belangrijke mate bepaald door de beroepskracht/kind ratio (BKR), in- en uitstroom van kinderen en onvoorziene uitval van vaste krachten door bijvoorbeeld ziekteverlof.

BVOK bestuurder Mylan de Groot: ‘De kinderopvangsector staat reeds enorm onder druk vanwege de Wet IKK (Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang). Mede door deze wet is personeel nauwelijks nog voorhanden. Hierdoor is de afhankelijkheid van oproepkrachten toegenomen. Daarnaast zorgt het vaste gezichten criterium ervoor dat er in de sector reeds zoveel mogelijk met vaste krachten wordt gewerkt. Oproepkrachten zijn met name nodig om onvoorziene situaties te ondervangen, zodat men in alle gevallen kan voldoen aan de BKR (beroepskracht-kind ratio). Onvoorziene situaties kondigen zich niet 4 dagen van te voren aan. De inzet van oproepkrachten wordt nagenoeg onmogelijk gemaakt. Het systeem van oproepkrachten wordt te star en te duur.’

In de CAO kan worden vastgelegd dat de oproeptermijn van 4 dagen wordt verkort tot (minimaal)
1 dag. Het is van groot belang dat dit in de nieuwe CAO Kinderopvang wordt geregeld.

Zie ook www.bvok.nl