Toezicht kinderopvang en de richtlijn van het RIVM inzake het coronavirus, informatie voor houders

Datum en naam document 20200312
Berichtgeving houders toezicht kinderopvang en richtlijn RIVM
Ingangsdatum: 20200312
Status: concept Eigenaar/ auteur: GGD GHOR Nederland
Afgestemd met: VNG/SZW

Op de websites van de Rijksoverheid en GGD GHOR Nederland staat de meest actuele informatie over de tijdelijke coulance die GGD toezichthouders kinderopvang betrachten indien kinderopvangvoorzieningen getroffen zijn door de richtlijn van het RIVM over het coronavirus. Die
richtlijn is inmiddels geldig voor heel Nederland.
Omdat GGD’en veel vragen krijgen uit de sector over hoe toezichthouders in de praktijk omgaan met die coulance en daar via diverse kanalen ook al berichten over zijn verschenen, is het belangrijk om eenduidige informatie vanuit een landelijk punt te geven.
In dit bericht vindt u informatie over de mogelijkheden die de toezichthouder heeft om coulant om te gaan met overmacht situaties. Dit zijn handvatten voor de toezichthouder bij de beoordeling. De gemeente besluit uiteindelijk over de handhaving. Ondernemers in de kinderopvang kunnen hieraan geen rechten ontlenen.

Kader

Belang van het kind

Het belang van het kind moet te allen tijde voorop staan. De (emotionele) veiligheid en gezondheid van de opgevangen kinderen mag niet in het geding zijn.

Periode en omvang

Dit advies van GGD GHOR Nederland geldt in ieder geval:
– voor de duur van de richtlijn van het RIVM;
– voor geheel Nederland;
– voor de genoemde kwaliteitseisen;
– in het geval dat er sprake is van een overmacht situatie ten gevolge van de richtlijn van het RIVM.

Deze maatregel is getroffen om te voorkomen dat er door sluiting van kinderopvanglocaties – i.v.m. personeelstekort als gevolg van de tijdelijke maatregel van het RIVM – (extra) personele krapte in andere sectoren ontstaat.

Coulance

In de wet- en regelgeving staan de minimale kwaliteitseisen die u als kinderopvangondernemer in acht moet nemen. Deze gelden ook ten tijde van ziekte en verlof van personeel. Uiteraard doet u uw uiterste best om daar ook nu aan te voldoen. De huidige richtlijn over het coronavirus van het RIVM kan echter leiden tot extra en onvoorziene uitval van personeel binnen de kinderopvangsector.

Datum en naam document
20200312 Berichtgeving houders toezicht kinderopvang en richtlijn RIVM
Ingangsdatum: 20200312
Status: concept Eigenaar/ auteur: GGD GHOR Nederland
Afgestemd met: VNG/SZW

Wanneer u door personeelstekort dat is ontstaan (enkel) ten gevolge van de RIVM richtlijn onverhoopt niet kan voldoen aan kwaliteitseisen zoals bijvoorbeeld de beroepskracht-kindratio, groepsgrootte of opvang in een vaste stamgroep, dan of nog sprake is van verantwoorde kinderopvang binnen de coulanceregeling.
De toezichthouder vormt zich tijdens het onderzoek een beeld van de situatie en komt zo tot een afgewogen oordeel of alle door u genomen maatregelen bij elkaar leiden tot het bieden van verantwoorde kinderopvang onder de gegeven omstandigheden en de coulanceregeling.
Als dat zo is, kan de toezichthouder besluiten om geen overtreding te rapporteren. De toezichthouder beschrijft de situatie wel in het rapport.

Ondergrenzen

Omdat de kwaliteit van de opvang voor kinderen voorop staat, hanteren toezichthouders een aantal uiterste ondergrenzen waarbinnen mogelijk nog sprake van aanvaardbare kwaliteit van de opvang gezien de omstandigheden. Zoals aangegeven, zijn dit handvatten voor de toezichthouder bij de beoordeling. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend.

Opvang in een vaste stam- of basisgroep en groepsgrootte

Wanneer overmacht in deze situatie leidt tot overschrijding van de maximale groepsgrootte, dan mag dat niet meer dan 50% zijn. Dat is tot maximaal 1,5 keer de maximale groepsgrootte zoals in wet- en regelgeving is beschreven.
Bij een toename van het aantal kinderen op een groep moet de groepsruimte daar toereikend (vanuit “verantwoorde kinderopvang”) voor zijn.
De (emotionele) veiligheid van de kinderen moet gewaarborgd zijn.

Beroepskracht-kind-ratio

Een afwijking van de beroepskracht-kind-ratio (BKR) die komt door deze uitzonderlijke situatie mag niet meer dan 25% zijn. Voor de berekening van op te vangen kinderen per beroepskracht is dan de uiterste ondergrens het aantal kinderen uit de rekentabel in bijlage 1 van het Besluit kwaliteit kinderopvang x 1,25. Daarbij wordt het resultaat rekenkundig naar boven afgerond.

Rekenvoorbeeld

Dat betekent bijvoorbeeld dat voor 0-1 jarigen de BKR van 1:3 naar maximaal 1:4 mag
worden opgerekt. Voor de leeftijd 4-7 jaar betekent het dat 1:10 naar 1:13 gaat. Of 2:20
naar 2:25.

Datum en naam document
20200312 Berichtgeving houders toezicht kinderopvang en richtlijn RIVM
Ingangsdatum: 20200312
Status: concept Eigenaar/ auteur: GGD GHOR Nederland
Afgestemd met: VNG/SZW

Drie-uursregeling

Wanneer u door uitval van medewerkers op basis van de RIVM-richtlijn niet voldoet aan uw eigen beleid op dit punt, neemt de toezichthouder in zijn overwegingen mee of u met het belang van het kind voor ogen gezocht heeft naar oplossingen.

Vaste-gezichtencriterium

Wanneer u door uitval van medewerkers op basis van de RIVM-richtlijn niet voldoet aan het vaste-gezichtencriterium, neemt de toezichthouder in zijn overwegingen mee of u met het belang van het kind voor ogen gezocht heeft naar oplossingen.

Opvang op een voorziening waarvoor een contract is met de ouders

Indien u in deze situatie een oplossing voor personeelstekort zoekt door de kinderen op een andere locatie op te vangen dan de gebruikelijk opvanglocatie, dan kan dit ook op een locatie die niet in het contract met de ouder(s) vermeld is. Deze locatie moet wel vallen binnen uw eigen onderneming en zijn opgenomen in het LRK. Veilig vervoer van kinderen is hierbij een extra aandachtspunt. Ouders moeten geïnformeerd zijn.

Combinatie van overtredingen

Mogelijk komt het voor dat u in de huidige uitzonderlijke situatie meerdere van de bovenstaande kwaliteitseisen overtreedt. Hierbij moet u aannemelijk maken dit wordt veroorzaakt door personeelstekort ten gevolge van de RIVM-richtlijn. De toezichthouder neemt in zijn overwegingen tevens mee of u, met het belang van het kind voor ogen, heeft gezocht naar oplossingen.

Tot slot

Dit bericht dekt waarschijnlijk niet alle issues die u als ondernemer tegen komt. Het is belangrijk dat u de toezichthouder kunt aantonen wat uw inspanningen zijn geweest om met het belang van de kinderen voor ogen, alsnog aan de kwaliteitseisen te voldoen om verantwoorde kinderopvang te bieden. Daarbij besteedt u vooral aandacht aan de (emotionele) veiligheid van de kinderen en de inzet en belasting van beroepskrachten.