De BVOK doet beroep op Minister inzake CAO en Wet IKK

Den Haag, 22 maart 2020

De kinderopvangsector staat voor een ongekende uitdaging. De BVOK roept in herinnering dat tijdens de crisisjaren in de kinderopvang, in de periode 2012-2015, de omzet van de sector met ongeveer 30% daalde. Honderden kinderopvangorganisaties, waaronder ook een groot aantal van maatschappelijke signatuur, hebben deze periode niet overleefd.

Omzetdaling zal sneller doorzetten

Het ligt in de lijn van de huidige ontwikkelingen dat een dergelijke omzetdaling zich herhaald. Ditmaal niet vanwege bezuinigingen door de overheid, maar omdat de Nederlandse economie een ongekende opdoffer krijgt. De te verwachten omzetdaling in de kinderopvangsector zal ditmaal niet geleidelijk plaatsvinden, over een periode van enige jaren zoals tijdens de laatste crisis, maar binnen enkele maanden.

Solvabiliteit en liquiditeit binnen de sector niet op orde

In tegenstelling tot de vorige crisis, zijn de meeste kinderopvangbedrijven onvoldoende solvabel en liquide om een nieuwe crisis te kunnen opvangen. Uit het Sectorrapport van het Waarborgfonds Kinderopvang bleek recentelijk dat de kinderopvangsector als geheel, 30% minder solvabel is dan het gemiddelde Nederlandse mkb-bedrijf.

Wat dient er nu te gebeuren?

Het is 1 minuut voor twaalf, er is geen tijd om lang te delibereren over zaken die feitelijk, om bedrijfseconomische redenen, direct dienen te worden doorgevoerd.

  1. Verklaar de CAO Kinderopvang niet algemeen verbindend
    De BVOK had reeds in de media betoogd dat er dit jaar helemaal geen loonruimte is (persbericht 24 januari 2020). De Wet-IKK heeft een productiviteit verlagende werking en de indexatie van de kinderopvangtoeslagtabel (KOT) bedraagt slechts 1,89%.De Minister is verantwoordelijk voor zowel de Wet IKK, alsook voor de indexatie van de KOT. Dan kan deze Minister vervolgens niet een CAO algemeen verbindend verklaren, waar naast enige eenmalige uitkeringen, ook nog een vaste eindejaarsuitkering van 2% is opgenomen. De loonkosten zullen dit jaar met ca. 4% stijgen. Hiervoor bestaat geen enkele dekking. De BVOK heeft daarom ook niet deelgenomen aan de cao-onderhandelingen. Er dient eerst met de Minister gesproken te worden over de Wet IKK en de voornoemde indexatie. De kwaliteit en de toegankelijkheid van de sector zijn in het geding.
  1. Pas de Wet IKK nu aan
    Er zijn elementen in de Wet IKK die nodeloos kostenverhogend zijn. Die moeten er nu uit. Kinderopvang is geen wetenschap, het is een vakgebied, waar vele deskundigen, vaak met volstrekt uiteenlopende meningen, zich over uitlaten. Het bestuur van de BVOK heeft gezamenlijk meer dan 100 jaar praktijkervaring in de kinderopvangsector. Dit advies zou voor de Minister derhalve zwaar moeten wegen. Dit advies gebaseerd op een enquête waar 300 kinderopvangorganisaties aan hebben deelgenomen. De belangrijkste elementen die direct aangepast dienen te worden:Schaf de nieuwe Beroepskracht-Kind-Ratio (BKR) af, ga terug naar de oude BKR.
    (te duur, te arbeidsintensief, niet effectief)2. Terug naar oude 3 uursregeling, maximaal 3 uur, zonder alle bijkomende regels.
    (in de praktijk volstrekt onwerkbaar)3. Vaste gezichtencriterium aan passen naar 3 vaste gezichten.
    (3 vaste gezichten is in de praktijk veel beter uitvoerbaar)De kinderopvang wordt hierdoor beter en goedkoper.

De BVOK heeft haar onderzoek, waaruit onder andere deze aanbevelingen zijn voortgekomen, gepubliceerd op haar website, onder de naam ‘Plan BVOK’.

 

Tot slot

De BVOK heeft de afgelopen weken haar ledenaantal zien verdrievoudigen. Dagelijks melden zich nieuwe leden aan, zelfs maatschappelijke organisaties nemen contact op. Kennelijk vindt de zakelijke praktijkgerichte benadering van de BVOK aansluiting bij gevoelens die breed leven in de kinderopvangsector.