BVOK komt met voorstel om de kinderopvangsector te beschermen

Den Haag, 15 maart 2020

Donkere wolken

Leden van branchevereniging BVOK zijn ernstig bezorgd over de mogelijke gevolgen van een tijdelijke sluiting van een kinderopvangbedrijf op last van de GGD, of preventief door de overheid.

Ofschoon een dergelijke gedwongen tijdelijke sluiting zich nog niet heeft voorgedaan bezorgt het ondernemers slapeloze nachten.

Uit diverse media valt immers op te maken dat in geval geïncasseerde ouderbijdragen dienen te worden teruggestort en dat de belastingdienst de kinderopvangtoeslag kan stopzetten.

Grote gevolgen voor kwaliteit en continuïteit

Zelfs een gedwongen sluiting van twee weken, tegen voornoemde condities, zou voor (met name kleinere) kinderdagverblijven tot acute liquiditeitsproblemen kunnen leiden. Hiermee wordt zowel de kwaliteit als de toegankelijkheid van de kinderopvang in gevaar gebracht. Geen ouder staat erop te wachten dat na een gedwongen sluiting van twee weken het kinderdagverblijf helemaal niet meer open gaat vanwege bijvoorbeeld een faillissement.

Administratieve rompslomp

Bovendien is de administratieve rompslomp niet te overzien. Bedenk wat er gebeurd indien de belasting reeds uitgekeerde kinderopvangtoeslag achteraf gaat terugvorderen. Of wanneer ouders wél de ouderbijdragen terugeisen, maar dit vergeten door te geven aan de belastingdienst. Een nieuw hoofdpijndossier dient zich aan voor belastingdienst, ouders en kinderopvangbedrijven.

Een noodoplossing die aansluit op staand beleid

BVOK pleit derhalve voor een werkbare oplossing.

Wanneer een kind ziek is, dan kan dit kind, omwille van het gezondheidsrisico, door het kinderdagverblijf tijdelijk naar huis gestuurd worden. Op dat moment is er voor dit kind geen opvangplaats beschikbaar, desalniettemin dient de ouder de opvanguren door te betalen. Ook de kinderopvangtoeslag wordt in dit geval niet opgeschort. Dit is staand beleid.

In geval dat de GGD, of de overheid, omwille van het gezondheidsrisico, alle kinderen van een kinderdagverblijf tijdelijk naar huis stuurt, dan is de situatie feitelijk niet anders. In beide gevallen betreft het een preventieve maatregel omwille van het gezondheidsrisico, waarbij in het tweede geval sprake is van force majeur.

Vanuit deze gedacht zal de BVOK het volgende voorstel voorleggen aan het Ministerie van SZW.

Het voorstel beoogt de kwaliteit en de continuïteit te borgen. Een doelstelling die werkgevers, werknemers, ouders en de rijksoverheid met elkaar delen.

Bij een tijdelijke gedwongen sluiting op last van de GGD en/of de rijksoverheid omwille van het gezondheidsrisico, blijven de betalingsverplichting van ouders en belastingdienst bestaan. Het kinderdagverblijf blijft zo acute liquiditeitsnood bespaard vanwege het wegvallen van de omzet van 2 weken, en ook de belastingdienst wordt (veel) administratieve rompslomp bespaard. Bedenk hierbij ook dat een kinderdagverblijf in dit geval geen beroep zal doen op speciale regelingen zoals deeltijd WW.

De logica achter deze maatregel is dat de ouders zelf ook betaald thuis blijven, althans dit adviseren het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het RIVM. En ook de medewerkers van het kinderdagverblijf blijven betaald thuis.

De geschetste maatregel dient feitelijk alle belanghebbenden.