Ondernemers kinderopvang: ouders financieel de dupe van overbodige regels

Den Haag, 4 november 2019

Ouders dreigen de dupe te worden van de almaar oplopende kosten als gevolg van de toename van overbodige regels in de kinderopvang. De tarieven voor de kinderopvang gaan per 1 januari 2020 fors omhoog. Zo liggen reeds aangekondigde tariefsverhogingen in de range van 4 tot 7%. Dit, terwijl de zogeheten kinderopvangtoeslagtabel voor ouders met slechts 1,89% wordt geïndexeerd.

Daarvoor waarschuwt de BrancheVereniging Ondernemers Kinderopvang (BVOK). Private ondernemingen vormen zo’n 70% van het totale aanbod in de kinderopvang. Dezer dagen informeren veel kinderopvangcentra de oudercommissies over de hogere tarieven volgend jaar.

Grote boosdoener van de overbodige regels is volgens de BVOK de wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK) die in 2018 is ingegaan. De IKK wordt notabene ingevoerd op het moment dat de Landelijke Kwaliteitsmonitor Kinderopvang (LKK) heeft vastgesteld dat de kwaliteit in de kinderopvang op orde is (‘LKK 2018: Kwaliteit kinderopvang is op orde’). Op grond van de wet IKK zijn allerlei nieuwe vereisten voor kinderopvangcentra ingevoerd, zoals een aangepast minimum aantal leidsters (de beroepskracht-kind ratio). Daarbovenop komt er een reeks aan nieuwe regels bij. Regels, die de administratieve druk en de kosten voor kinderopvangbedrijven verhogen. Daar plukken de ouders nu de zure vruchten van.

Onder het mom van kwaliteitsverbetering worden wij als ondernemers op onnodige kosten gejaagd, die wij noodgedwongen dienen door te berekenen aan de ouders. De overheid lijkt de gevolgen van de wet IKK niet te onderkennen. De kinderopvangtoeslagtabel wordt voor 2020 met slechts met 1,89% geïndexeerd. Dit zou minimaal 5% moeten zijn. Voor ouders wordt de kinderopvang daarom fors duurder. De koopkracht van werkende ouders staat onder druk. Dit spijt ons enorm.

Met name omdat we hetzelfde product kunnen bieden tegen een lagere prijs als we verlost zouden worden van zinloze en overtollige regelgeving.

 

Enquête onder achterban BVOK

In een door de BVOK gehouden enquête onder ruim tweehonderd ondernemers in de kinderopvang zijn de belangrijkste problemen als gevolg van de wet IKK op tafel gekomen.

Een gruwel voor de geënquêteerde ondernemers is de bepaling in de IKK dat er één leidster per drie in plaats van vier baby’s moet zijn. Kinderopvangcentra hebben dus meer personeel nodig. Ook is deze regeling versleuteld in een complexe formule, wat tot extra administratieve kosten voor de kinderopvangcentra leidt.

Verder is het ‘vaste gezichten criterium’ een bron van ergernis. De BVOK stelt op grond van de enquête dat deze regeling in de praktijk niet werkt, zoals bij ziekte en vakantieperiodes. Daarnaast zijn er aanvullende eisen aan de coaching van de pedagogisch medewerkers van kinderopvangcentra. Tevens zijn er nieuwe regels voor het totale aantal medewerkers per dagelijks moment, de zogeheten drie-uurs regeling. Tot slot moeten veel pedagogisch medewerkers in de baas z’n tijd hun taalkennis oppoetsen. Al met al dreigt een onwerkbare situatie, aldus de BVOK.

Plan BVOK

De BVOK heeft dan ook een plan opgesteld, het ‘Plan BVOK’, om de kwaliteit, toegankelijkheid en continuïteit van de kinderopvang te waarborgen en te verbeteren.

Kort gezegd pleit de BVOK voor een sterke vereenvoudiging of afschaffing van de nieuwe regels, en op sommige onderdelen een terugkeer naar de situatie vóór de invoering van de wet IKK.

‘Het is geen vijf minuten, maar één minuut voor twaalf. Gezien de urgentie gaan wij ons plan op korte termijn bespreken met de Tweede Kamer en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid’..

Zie ook www.bvok.nl